Nootspraak 2: Eerste vrouw in driehonderd jaar (Liesbeth Martinu-Hol) - 12 juni 2026

Nootspraak deel 2: Liesbeth Martinu-Hol

Eerste vrouw in driehonderd jaar

Wie is de dame met die bijzondere achternaam die steevast bovenaan het lijstje van bestverkopende componisten op KoraalBoek.nl staat? Inmiddels klinkt er waarschijnlijk iedere zondag ergens in Nederland een van haar psalmvoorspelen; via KoraalBoek.nl gingen er bijna duizend over de toonbank. Wat maakt haar romantische composities zo geliefd?

In dit interview maken we kennis met Liesbeth Martinu-Hol. Als eerste vrouwelijke organist in zowel Ridderkerk als Opheusden én als enige vrouwelijke componist op KoraalBoek.nl neemt zij een bijzondere plaats in binnen het doorgaans door mannen gedomineerde orgelwereldje. Over orgelspelen, componeren, psalmbewerkingen en de vraag waar alle orgelspelende vrouwen gebleven zijn.

Liesbeth, kun je iets meer over jezelf vertellen?

“Mijn naam is Liesbeth Martinu-Hol (om maar gelijk vragen te voorkomen: de opa van mijn man is in Oostenrijk geboren. Officieel spreek je het dus uit als ‘Martinoeee’, maar inmiddels is het vernederlandst tot Martinu. En nee, voor zover ik weet geen familie van de bekende componist Bohuslav Martinů).

Ik ben 51 jaar en kom uit Kesteren. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. Vrouw en moeder zijn staat dus bovenaan en vormen mijn belangrijkste taak. Met een paar uurtjes per maand voor Cedrah werken en het voorzitterschap van de plaatselijke vrouwenvereniging en de landelijke vrouwenbond van de Gereformeerde Gemeenten is mijn week wel aardig gevuld. Daarnaast is orgel spelen mijn grote hobby. Maar het dienen in de kerk als organiste is wel heel echt heel mooi dienend werk. De tijd die overblijft vult zich met lezen en dus af en toe wat noten aan het papier toevertrouwen."

Waar ben je nu organiste?

“Ik ben kerkorganiste van de Gereformeerde Gemeente in Kesteren. De kerk is zes weken geleden geopend en helaas... het orgel is er nog niet. Er komt een BAG-orgel uit de Zuiderkerk van Enschede, dat door Boogaard uitgebreid wordt naar een drieklaviers orgel met 39 stemmen. Maar dat duurt nog even en voorlopig zullen we het met een elektronisch orgel moeten doen. Best een uitdaging met 1600 mensen in de kerk, maar ze zingen...”

In welke kerken ben je hiervoor organiste geweest?

“In de Hervormde Gemeente van Wekerom en in de Gereformeerde Gemeente van Ridderkerk (Bethelkerk). Door huwelijk en verhuizingen doorkruis ik het land een beetje.”

 Wanneer werd je voor het eerst organiste?

“In 1997 werd ik voor het eerste organist in Wekerom. In Ridderkerk begon ik in 2005. Daar was ik de eerste vrouwelijke organist ooit. In het honderdjarig bestaan van de gemeente was dat nog niet eerder voorgekomen.

Toen ik solliciteerde in Kesteren/Opheusden (Kesteren is in 2021 als afdeling gestart van Opheusden) vertelde ik dat aan een ouderling van Opheusden. Ik zei: "In Ridderkerk was ik de eerste vrouwelijke organist in honderd jaar." "Nou", zei hij, "in Opheusden ben je de eerste in driehonderd jaar."

Maar goed, ik heb dus jarenlang ervaring opgedaan op een Van den Heuvel-orgel, zowel in Ridderkerk als in Opheusden, maar we gaan nu dus naar een BAG-orgel. We gaan het meemaken. Ik hoop op iets moois, ik heb er wel vertrouwen in.

Mijn eerste dienst speelde ik nadat ik drie jaar orgelles had gehad. Het was een huwelijksdienst waarin mijn broer, die ook kerkorganist was, opeens uitviel. Wat heb ik zitten beven en trillen... Maar ik heb het tot een goed einde kunnen brengen. Vraag alleen niet hoe.”

Kun je iets vertellen over jouw orgellessen?

“Eerst kreeg ik les van de in Wekerom woonachtige organist Steven van de Craats. Ik was toen ik begon overigens al zeventien jaar. Ik startte toen met de deeltjes van Folk Dean. En zo gebeurde het dus dat je op je achttiende jaar  "Boer, wat zeg je van mijn kippen" zit te spelen. Dus helaas wel wat laat begonnen, hoewel ik altijd al van orgelmuziek hield.

Mijn broer speelde goed orgel, was kerkorganist, ik bezocht ook wel concerten en dergelijke, maar het kwam gewoon niet in me op om zelf ook te gaan spelen. Tot mijn vader zei: "Zou je ook niet op les willen?" Zo gezegd, zo gedaan.

Daarna ben ik al vrij snel naar Peter Eilander gegaan. Daar is echt de techniek bijgeschaafd. Mijn pedaalspel was een drama. Ook het mooi spelen van stukken – frasering, articulatie en registratie – kwam tijdens zijn lessen uitgebreid aan de orde.

Het waren hele goede jaren waarin hij me veel heeft bijgebracht. Daar moest ik ook Bach, Mendelssohn en Reger gaan spelen. Ik kan daar zeker heel erg van genieten maar eerlijk is eerlijk mijn hart ligt bij de koraalbewerkingen en vooral bij de psalmen.

Door mijn verhuizing naar Ridderkerk ben ik overgestapt naar Roeland de Reuver. Een organist met een hele brede kijk en een zeer gevarieerd spel. Het fijne aan zijn lessen is dat hij geen enkele stijl probeert op te dringen. Hij voelt perfect aan wat ik mooi vind, ondersteunt me daarin volledig, laat me thema's bedenken en op de juiste manier afmaken en heeft me het orgel van Ridderkerk qua registratie werkelijk heel anders doen horen dan ik ooit had bedacht.

Ik heb daar echt heel veel geleerd. Bij hem heb ik ook mijn eerste voorspelletje gemaakt. Dat hield in: hij bedacht het thema, ik moest het afmaken en de akkoorden erbij bedenken. Vervolgens kwam ik terug op orgelles en dan was ongeveer alles fout. Als iets leerzaam was, waren het die lessen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de eerste voorspelen dus meer noten van Roeland bevatten dan van Liesbeth.

Door onze verhuizing naar Kesteren heb ik iets meer les op afstand. Voordat een stukje op KoraalBoek.nl komt, heb ik het helemaal doorgelopen met Roeland. Heel erg prettig. Soms denk ik dat ik alle parallellen gezien heb, maar haalt hij er toch nog eentje uit.

Inmiddels bedenk ik de thema's en akkoorden wel zelf, maar Roeland geeft nog steeds tips als: "Zo is het nog mooier" of "Zou je het niet zo doen?" of ‘kijk nog eens goed naar de maatvoering’.  Bij ieder muziekstukje ontwikkel je jezelf dan weer een stukje verder. Het geeft een goed gevoel dat alle stukjes op KoraalBoek.nl doorgesproken zijn met een professional. Als het er dan opstaat, weet ik dat het er ook goed opstaat.

Wat dat betreft zou ik dat iedereen willen aanraden die nog twijfelt aan zijn of haar eigen kunnen.

Verder zijn mijn stukjes gewoon eenvoudig Niet het niveau van een professional maar wel heel bruikbaar en verantwoord. Dat zijn de geluiden die ik hoor."

Hoe omschrijf je je eigen stijl?

“Iedereen die mijn stukjes beluistert of koopt, weet dat ik echt een volbloed romanticus ben. Ik kan zeker genieten van barokmuziek, maar als ik het zelf moet spelen, kan ik mijn ei er gewoon niet in kwijt. Buiten het feit dat ik qua componeren absoluut niet het niveau heb om dat in die stijl  goed te kunnen doen.

Mijn stukjes moeten goed in het gehoor liggen, maar ik heb wel een hekel aan voorspelbare en goedkope deuntjes van dertien in een dozijn. Dat probeer ik dus echt te voorkomen. In die zin zijn de stukjes die er opstaan herkenbaar qua stijl, maar ook weer niet allemaal hetzelfde. De stukjes spreken daarom denk ik wel een breed publiek aan. Ze zijn niet perse ‘standaard’ en een mooie aanvulling op alle muziek die er al is."

Heb je voorbeeldcomponisten?

“De veelzijdigheid van Martien van der Zwan spreekt me aan. Daar speel ik veel van. Ook van Lennart Morée ben ik fan. Verder speel ik van zowel Pieter Heykoop als Dick Sanderman, Marco den Toom en Jan Bonefaas. En alles wat daarbij hoort.

Dus als je het hebt over voorbeelden, dan neig ik absoluut naar de romantische hoek, maar probeer ik wel te variëren.”

Gaat componeren je makkelijk af?

“Nee, het gaat me niet makkelijk af. Ik doe over één stukje echt behoorlijk lang. Telkens weer veranderen, het thema goed vast zien te houden, het toch niet mooi vinden als ik het doorspeel... enzovoort. De juiste akkoorden vinden is ook niet altijd makkelijk. Soms heb ik het wel in mijn hoofd, maar krijg ik het nog niet op papier. Al met al: nog veel te leren.”

Hoe componeer je?

“Echt achter het orgel. Op de orgelbank, computer ernaast, een stukje spelen en dan noteren, weer een paar noten spelen enzovoort.”

 

Wat vind je van KoraalBoek.nl en hoe heb je KoraalBoek.nl leren kennen?

“Een ontzettend mooi platform. Jaap Visser stuurde mij een connectieverzoek op LinkedIn en zo ben ik een beetje gaan kijken. Omdat ik zelf ook wel eens wat op papier had gezet, dacht ik: laat ik het ook maar eens proberen.”

Hoeveel muziekstukken heb je intussen op KoraalBoek.nl geplaatst?

“Achttien stuks in totaal, zowel in notenschrift als in klavarskribo. Eén gezang en zeventien psalmen en gezangen achter de psalmen.”

Verkoop je veel?

“Ja, best wel. Nooit gedacht dat er zoveel belangstelling voor zou zijn. Binnen een jaar zijn er rond de 900 stukjes verkocht. Dat gaat al mijn verwachtingen ver te boven.

De absolute topper is Psalm 43. Die heb ik meer dan honderd keer verkocht. Maar ook Psalm 118, 25 en 84 naderen de honderd.”

Verrast je dat?

“Ja dus... Soms heb je er ook wel eens iets bij zitten dat ik zelf ongelooflijk mooi vind, maar waarvan blijkt dat andere mensen het daar minder mee eens zijn. En andersom ook. Stukken die ik zeker niet tot mijn beste reken, maar die toch echt goed lopen.”

Welke kansen liggen er nog voor KoraalBoek.nl?

“Qua opmaak en dergelijke zou er nog wel een slag te maken zijn. De mogelijkheid dat mensen je een bericht kunnen sturen, zou ook prettig zijn. Feedback krijgen is heel goed, zowel tips als tops. En misschien een keer een componistenbijeenkomst?”

Wat zou je willen zeggen tegen componisten die nog twijfelen om via KoraalBoek.nl te verkopen?

“Waar zijn alle orgelspelende vrouwen? Ik ben de enige vrouwelijke "componist" – groot woord hoor, ik krabbel gewoon een paar noten op papier – en ik zou graag versterking krijgen.”

 

Bekijk hier de bladmuziek van Liesbeth: https://koraalboek.nl/componist/6b0b5f39-fdc7-475e-9f7d-143cc0955b6e.nl

De komende tijd verschijnt iedere vrijdag een nieuwe aflevering van Nootspraak, een serie interviews met componisten van KoraalBoek.nl. Volgende week: deel 3 met Jacob van de Berg.

 

← Naar het nieuwsoverzicht